Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Onder 2.8. Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:632.
In een derde wetsvoorstel ter herziening van het scheidingsprocesrecht (21 881) werd opnieuw een regel voorgesteld die grotendeels overeenkwam met de inhoud van het in wetsvoorstel 15 638 voorgestelde artikel 826 Rv . Het derde wetsvoorstel had wel succes. Bij wet van 1 juli 1992, Stb. 373, in werking getreden op 1 januari 1993, is het scheidingsprocesrecht herzien . In verband met de zo-even aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad van 9 september 1988 werd het eerste lid van art. 821 Rv opnieuw geformuleerd. Niet langer was het criterium ‘totdat de einduitspraak op een vordering tot echtscheiding in kracht van gewijsde is gegaan’. Voortaan zou een voorlopige voorziening kunnen worden gevraagd ‘tot het tijdstip waarop een zodanige voorziening, indien gegeven, ingevolge artikel 826 haar kracht verliest’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe39b2646033695a0460faf76baa18c3c37ce64506c6b2ba375ed92c6fe049c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe39b2646033695a0460faf76baa18c3c37ce64506c6b2ba375ed92c6fe049c3, en de alinea staat in dat document op bytes 17323 tot 18347.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe39b2646033695a0460faf76baa18c3c37ce64506c6b2ba375ed92c6fe049c3 | shasum -a 256