Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Onder 2.27. Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:632.
De wettelijke systematiek komt in wezen neer op toepassing van het beginsel dat een voorlopige voorziening slechts wordt getroffen voor de periode totdat de bodemrechter een beslissing heeft gegeven en die beslissing door partijen moet worden nageleefd. Zoals beschreven in de alinea’s 2.9 – 2.10 hiervoor, is dat moment voor sommige voorlopige voorzieningen gelegen in de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand; voor andere voorlopige voorzieningen totdat overeenkomstig art. 1:253p BW het gezag is begonnen of in de dag waarop de beslissing van de bodemrechter over het huurrecht kracht van gewijsde heeft gekregen. Voor voorlopige voorzieningen met betrekking tot onderhoudsbijdragen is dit: de dag waarop de beslissing van de bodemrechter over de daarmee corresponderende nevenvoorziening vatbaar is geworden voor tenuitvoerlegging. De thans bestreden beslissing doorkruist deze bijzondere regeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe39b2646033695a0460faf76baa18c3c37ce64506c6b2ba375ed92c6fe049c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe39b2646033695a0460faf76baa18c3c37ce64506c6b2ba375ed92c6fe049c3, en de alinea staat in dat document op bytes 39352 tot 40320.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe39b2646033695a0460faf76baa18c3c37ce64506c6b2ba375ed92c6fe049c3 | shasum -a 256