Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Onder 24 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:677.

23. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2017 blijkt dat de verdachte aldaar is verschenen en werd bijgestaan door twee raadslieden. Blijkens dat proces-verbaal is door de verdediging niet een verweer gevoerd inhoudend dat de verdachte in de veronderstelling verkeerde dat het slachtoffer niet meer in leven was op het moment van de brandstichting. Uit wat de verdachte daar wel heeft verklaard, kan ook niet worden afgeleid dat hij in die veronderstelling verkeerde. De verdachte verklaart dat hij hoger beroep heeft ingesteld omdat hij ‘er niets mee te maken’ heeft. Op een vraag van de voorzitter antwoordt hij: ‘Ik wil niet gissen op de vraag of ik heb gevraagd of al bekend is waaraan [slachtoffer] overleden is.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcc04ace01ec6368e8774a2a52979c92e283151491e25a44d16e16c443b35583. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcc04ace01ec6368e8774a2a52979c92e283151491e25a44d16e16c443b35583, en de alinea staat in dat document op bytes 88664 tot 89441.