Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018
Onder 24 Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:677.
26. In HR 26 juni 1962, NJ 1963/11 m.nt. Pompe (moord op Marcel Nivard) werd aangevoerd dat de verdachte ten tijde van het in het water leggen van de jongen in de veronderstelling verkeerde dat hij reeds door wurging (met een sjaal) was overleden. Daarom zou uit de bewijsmiddelen niet kunnen worden afgeleid dat de verdachte de jongen met het opzet om hem van het leven te beroven in de sloot had gelegd. Uw Raad overwoog destijds dat ‘aldus een beroep wordt gedaan op een omstandigheid, welke door het Hof niet als bewezen is aangenomen, zodat het middel in zoverre feitelijken grondslag mist’. Uit het vervolg van het arrest blijkt dat het hof een verklaring van de verdachte waaruit volgde dat hij in de veronderstelling had verkeerd dat de jongen reeds door wurging zou zijn overleden bovendien als ongeloofwaardig had aangemerkt. In de onderhavige strafzaak heeft de verdachte niet een dergelijke verklaring afgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcc04ace01ec6368e8774a2a52979c92e283151491e25a44d16e16c443b35583. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcc04ace01ec6368e8774a2a52979c92e283151491e25a44d16e16c443b35583, en de alinea staat in dat document op bytes 92420 tot 93523.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcc04ace01ec6368e8774a2a52979c92e283151491e25a44d16e16c443b35583 | shasum -a 256