Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2018

Onder 4.15. Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:688.

Al het voorgaande afgewogen, leidt de rechtbank tot het volgende oordeel. Indien wordt ingekeerd vóór de versobering van een algemene inkeerregeling, zou het EVRM zich ertegen verzetten dat een onmiddellijke werking van die versobering zou meebrengen dat een zwaardere straf wordt opgelegd dan mogelijk was op basis van de inkeerregeling die gold op het moment van inkeer. In een geval zoals hier vindt inkeer echter plaats ná de wijziging van de inkeerregeling en na de daarbij gegeven overgangstermijn. Belanghebbende wist, althans moet hebben geweten, dat het inkeren volgens de nieuwe inkeerregeling na het verstrijken van de daarbij gegeven overgangstermijn niet meer straffeloos zou kunnen. Artikel 7 EVRM en artikel 15 IBVPR verzetten zich dan niet tegen de keuze van de wetgever om in zo’n geval de nieuwe inkeerregeling van toepassing te achten. De beroepsgrond faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18cb4fa9b44007fba28b197788d5504d3e170c222c344056056e028dfad37651. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18cb4fa9b44007fba28b197788d5504d3e170c222c344056056e028dfad37651, en de alinea staat in dat document op bytes 126564 tot 127459.