Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2018
Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:688.
Art. 7 EVRM en art. 15 IVBPR zien niet alleen op wijzigingen van het geldende strafmaximum, maar ook op wijzigingen van de minimumstraf die kan worden opgelegd. Daarbij is wel vereist dat de verdachte onder de oude regeling een lagere straf zou hebben kunnen krijgen. In een geval waarin de minimumstraf was verhoogd van één naar vijf jaar gevangenisstraf, heeft het EHRM geoordeeld: “70. (…). Accordingly, since there exists a real possibility that the retroactive application of the 2003 Code operated to the applicants’ disadvantage as concerns the sentencing, it cannot be said that they were afforded effective safeguards against the imposition of a heavier penalty, in breach of Article 7 of the Convention.” Voor art. 15 IVBPR geldt eveneens dat een wijziging van de hoogte van de minimumstraf niet ten nadele van de verdachte werkt, indien toepassing van het oude recht tot een lagere straf zou hebben kunnen leiden. Van een verboden wijziging in een “provision of substantive criminal law” is voorts ook sprake in geval van een voor de verdachte ongunstige wijziging in de voorwaarden waaronder hij wegens belastingontduiking strafrechtelijk kan worden veroordeeld, zoals het vervallen van de voorwaarde dat bij een eerdere gelegenheid een administratieve boete moet zijn opgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18cb4fa9b44007fba28b197788d5504d3e170c222c344056056e028dfad37651. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18cb4fa9b44007fba28b197788d5504d3e170c222c344056056e028dfad37651, en de alinea staat in dat document op bytes 137423 tot 138932.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18cb4fa9b44007fba28b197788d5504d3e170c222c344056056e028dfad37651 | shasum -a 256