Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2018
Onder 5.19 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:688.
Verder lijkt het mij dat het legaliteitsbeginsel als onder meer vervat in artikel 7 EVRM, niet vereist dat de wetgever in wettelijke fase 2 algehele eerbiedigende werking had moeten voorzien voor ‘oude’ (fase 1) verzwijgers die gedurende het van gelding zijn van fase 1 zijn blijven zwijgen. Dezen moeten immers worden geacht te hebben geweten dat zij nog iets moesten doen om aanspraak te kunnen maken op toepassing van de inkeerregeling, namelijk in feite tijdig tot inkeer komen. Waar zij dit hebben nagelaten, dient dat naar mijn mening voor hun rekening te blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18cb4fa9b44007fba28b197788d5504d3e170c222c344056056e028dfad37651. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18cb4fa9b44007fba28b197788d5504d3e170c222c344056056e028dfad37651, en de alinea staat in dat document op bytes 154275 tot 154863.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/18cb4fa9b44007fba28b197788d5504d3e170c222c344056056e028dfad37651 | shasum -a 256