Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Onder 2.22.4 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:689.

Martius leidt uit het antwoord van de minister af dat het Hotel Wilhelmina-arrest door art. 7:928 BW/7.17.1.4 lid 1 is ingehaald en onder het nieuwe verzekeringsrecht geen rechtstreekse werking meer heeft. De omvang van de mededelingsplicht van de aspirant-verzekerde is in principe afhankelijk van hetgeen hij omtrent het acceptatiebeleid van de verzekeraar weet of behoort te begrijpen, waarbij als maatstaf voor wetenschap het acceptatiebeleid van een ‘gemiddelde verzekeraar’ is aangelegd. In het geval dat de verzekeraar een acceptatiebeleid hanteert dat afwijkt van hetgeen in de markt gebruikelijk is dan heeft dit voor de omvang van de mededelingsplicht van de aspirant-verzekerde slechts gevolgen indien deze dit wist of behoorde te begrijpen. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn als de afwijkende acceptatiecriteria aan de aspirant-verzekerde expliciet zijn gecommuniceerd. Ingeval aldus een beperking wordt bereikt voor de omvang van de mededelingsplicht, dan werkt dit ook door in art. 7:930 lid 4 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f18d0a891cad3533b3a009e1c4cc813c1a6ada705bb7a6fd742f66b008b2d1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f18d0a891cad3533b3a009e1c4cc813c1a6ada705bb7a6fd742f66b008b2d1d, en de alinea staat in dat document op bytes 55572 tot 56666.