Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Onder 2.38 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:691.

Onderdeel 10 heeft betrekking op een ander onderwerp. De vader had bij de politie aangifte gedaan wegens smaad, gepleegd door de moeder. De officier van justitie heeft op 27 augustus 2013 ter zake van deze aangifte aan de moeder een kennisgeving van voorwaardelijke niet-vervolging gezonden. Hierin was de voorwaarde gesteld dat de moeder gedurende een proeftijd van 1 jaar, ingaande op de dag van uitreiking van de kennisgeving, “zich niet aan enig strafbaar feit zal schuldig maken dan wel op andere wijze zal misdragen”. De moeder is van mening dat zij door deze voorwaarde te zeer wordt bekneld in haar mogelijkheden om informatie over de vader ter kennis van anderen te brengen. Zij heeft, zoals gezegd, een verklaring voor recht en (een bevel aan de Staat tot) wijziging van deze beslissing van de officier van justitie gevorderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c, en de alinea staat in dat document op bytes 71996 tot 72897.