Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Onder 1.3 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:691.

Aan haar vorderingen heeft de moeder ten grondslag gelegd dat − ingevolge de artikelen 3 en 8 EVRM, art. 24 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (over rechten van het kind), art. 3 lid 1 Verdrag inzake de Rechten van het Kind (Trb. 1990, 170) en het Verdrag van Lanzarote − op de Staat een verplichting rust om de gezondheid en het welzijn van kinderen te beschermen. Volgens de moeder behoort tot deze verplichting ook het doen van deugdelijk onderzoek en het uitvoeren van een grondige risicotaxatie door middel van empirisch gevalideerde en betrouwbare risicotaxatie-instrumenten. De Staat is daarin tekortgeschoten. Meer specifiek heeft de Raad (als orgaan van de Staat) volgens de moeder nagelaten deugdelijk onderzoek te doen naar de risico’s voor de zoon die verbonden kunnen zijn aan de pedofiele geaardheid van de vader en diens verleden als zedendelinquent. Indien de Raad deugdelijk onderzoek had gedaan zou, volgens de moeder, het gerechtshof het ouderlijk gezag nimmer alleen aan de vader hebben toegekend. Door de zoon bij zijn vader te plaatsen, loopt de zoon risico en wordt aan de moeder schade toegebracht bij het uitoefenen van haar recht op ‘ family life ’ met de zoon, nu zij haar zoon niet die geborgenheid kan bieden welke zij als moeder wenst te geven .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c, en de alinea staat in dat document op bytes 14797 tot 16270.