Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Onder 1.5 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:691.
Bij vonnis van 13 mei 2015 heeft de rechtbank Den Haag een comparitie gelast. Bij vonnis van 8 juli 2015 heeft de rechtbank Den Haag op verzoek van de moeder de zaak op de voet van art. 46b RO verwezen naar de rechtbank Noord-Holland. Bij vonnis van 23 december 2015 (ECLI:NL:RBNHO:2015:11297) heeft die rechtbank de vordering van de moeder afgewezen. De rechtbank overwoog daartoe, samengevat voor zover in cassatie van belang, het volgende. De moeder kan niet als wettelijk vertegenwoordigster (moeder) in rechte opkomen voor de belangen van de zoon, omdat zij niet belast is met het ouderlijk gezag. In die hoedanigheid is zij in haar vordering niet-ontvankelijk (rov. 4.3 Rb). De stelling van de moeder dat indien de Raad deugdelijk onderzoek zou hebben gedaan, het gerechtshof Den Haag het ouderlijk gezag nimmer alleen aan de vader zou hebben toegekend, acht de rechtbank slechts speculatief. Uit de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 25 april 2012 blijkt immers dat het hof het zedenverleden van de vader in aanmerking heeft genomen, maar daaraan geen doorslaggevende betekenis heeft willen toekennen. Het gerechtshof Den Haag heeft zijn oordeel niet slechts gebaseerd op de rapportage van de Raad, maar ook op de openhartigheid van de vader met betrekking tot zijn verleden, de behandelingen die hij heeft ondergaan en op het oordeel van zijn behandelaren. De moeder heeft in die procedure aangevoerd dat zij nader onderzoek noodzakelijk achtte, maar het gerechtshof Den Haag heeft in haar betoog kennelijk geen aanleiding gezien om nader onderzoek aan de Raad op te dragen. De moeder heeft tegen de beschikking van 25 april 2012 geen cassatieberoep ingesteld (rov. 4.9 - 4.11 Rb). Ook overigens blijkt niet dat de Raad geen deugdelijk onderzoek heeft gedaan; de Raad heeft de justitiële documentatie over de man geraadpleegd en zich laten informeren door relevante instanties zoals het AMK, het kinderdagverblijf, het consultatiebureau, een behandelaar van de man in ‘de Waag’ en het informatie-opvoedsteunpunt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Raad daarmee voldoende informatie boven tafel gekregen om een verantwoord advies uit te brengen (rov. 4.13 - 4.14 Rb).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c, en de alinea staat in dat document op bytes 17067 tot 19278.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c | shasum -a 256