Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:691.
Ingevolge art. 1:238 lid 2 BW worden de taken en bevoegdheden van de Raad voor de kinderbescherming bepaald bij wet in formele zin . Bij de uitvoering van deze taken treedt de Raad op als orgaan van de Staat (namens de minister van Justitie en Veiligheid). De op 1 januari 2015 in werking getreden Jeugdwet bepaalt in art. 3.1 dat de Raad de noodzaak onderzoekt tot het treffen van een kinderbeschermingsmaatregel, in de regel op verzoek van een in dat artikel genoemde instantie. Voordien was in de artt. 56 en 57 Uitvoeringsbesluit Wet op de Jeugdzorg geregeld dat de Raad een maatregel met betrekking tot het gezag over een minderjarige in onderzoek neemt, in de regel na een kennisgeving door Bureau Jeugdzorg of een advies- en meldpunt kindermishandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c, en de alinea staat in dat document op bytes 26288 tot 27125.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c | shasum -a 256