Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:691.

De wet regelt wel de taken van de Raad, maar niet op welke wijze de Raad zijn onderzoeken behoort in te richten. Zo bevat de wet, bijvoorbeeld, geen bepaling welke vragen de Raad aan een van de ouders moet stellen en in welke gevallen de Raad nader moet doorvragen met het oog op een door de Raad aan de rechter uit te brengen advies over een (door de rechter te nemen) beslissing omtrent het ouderlijk gezag, de verblijfplaats van de minderjarige of een verdeling van zorg- en opvoedingstaken, dan wel over een mogelijke maatregel van kinderbescherming . Het in deze zaak door de moeder aan haar vordering ten grondslag gelegde artikel 6:162 BW biedt niet meer dan een algemeen geformuleerde zorgvuldigheidsnorm. Ik zie twee mogelijke routes. De ene, in het cassatiemiddel bewandelde route houdt verband met het feit dat de Raad voor de kinderbescherming een overheidsorgaan is. Betekent dit dat de Raad bij de inrichting van zijn onderzoeken dezelfde beleids- en beoordelingsvrijheid heeft als een bestuursorgaan dat een besluit voorbereidt? De andere route houdt verband met het feit dat de Raad – wat betreft zijn adviserende taak – in feite optreedt als een bijzondere, want door de wetgever aangewezen, deskundige in procedures bij de burgerlijke rechter. Moet de aansprakelijkheid van de Raad dan worden beoordeeld aan de hand van maatstaven die voor deskundigen gelden?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfda370b624554700cda3832fb06c0b28905ca34b4d2a64f68cdac45a684c79c, en de alinea staat in dat document op bytes 37954 tot 39411.