Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:695.
De centrale positie van het bestuursorgaan als bestuursrechtelijk rechtssubject neemt niet weg dat voor het materiële privaatrecht sprake is van toerekening van diens handelen aan de publiekrechtelijke rechtspersoon. Op grond van artikel 1:1 lid 4 Awb treffen immers de vermogensrechtelijke gevolgen van een handeling van een bestuursorgaan de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort. De formulering van deze bepaling sluit aan bij artikel 3:66 lid 1 BW waarin de verhouding tussen volmachtgever en gevolmachtigde wordt geregeld. Deze toerekening wordt als volgt toegelicht:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e8faf760d129ef10f54eb02c944d87e825cf6394fb0ebbc1b9372a716b8877b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e8faf760d129ef10f54eb02c944d87e825cf6394fb0ebbc1b9372a716b8877b, en de alinea staat in dat document op bytes 31348 tot 32114.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e8faf760d129ef10f54eb02c944d87e825cf6394fb0ebbc1b9372a716b8877b | shasum -a 256