Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:695.
De wetgever heeft er wat betreft het privaatrecht derhalve niet voor gekozen om het bestuursorgaan te laten functioneren als zelfstandig rechtssubject met een eigen vermogen, maar heeft gekozen voor de figuur van toerekening van het handelen van het bestuursorgaan aan de publiekrechtelijke rechtspersoon waartoe het behoort. Dat wordt niet alleen met zoveel woorden bepaald in artikel 1:1 lid 4 Awb, maar ligt ook ten grondslag aan de regeling betreffende verrekening in artikel 4:93 lid 1 Awb. Juist de omstandigheid dat een geldschuld van bestuursorgaan A1 aan X en vordering van bestuursorgaan A2 op X worden toegerekend aan de publiekrechtelijke rechtspersoon A waartoe zij beide behoren, onderstreept de noodzaak van een aparte verrekeningsregeling. Bij gebreke daarvan zou verrekening kunnen plaatsvinden met schulden of vorderingen van verschillende bestuursorganen binnen eenzelfde publiekrechtelijke rechtspersoon, zoals de Staat. Voorts worden de privaatrechtelijke bevoegdheden van het bestuursorgaan als bedoeld in art. 4:124 Awb – waaronder een faillissementsverzoek – door de wetgever rechtens aangemerkt als bevoegdheden van de rechtspersoon waarvan het bestuursorgaan deel uitmaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e8faf760d129ef10f54eb02c944d87e825cf6394fb0ebbc1b9372a716b8877b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e8faf760d129ef10f54eb02c944d87e825cf6394fb0ebbc1b9372a716b8877b, en de alinea staat in dat document op bytes 39128 tot 40479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e8faf760d129ef10f54eb02c944d87e825cf6394fb0ebbc1b9372a716b8877b | shasum -a 256