Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:695.

Waar aldus voor de toepassing van het privaatrecht in het algemeen de publiekrechtelijke rechtspersoon centraal staat en voor de privaatrechtelijke faillissementsprocedure in het bijzonder geldt dat het indienen van een faillissementsverzoek een schuldeisersbevoegdheid van de publiekrechtelijke rechtspersoon betreft, die bovendien wordt verondersteld te zijn gebaseerd op een vordering van die rechtspersoon, valt naar mijn mening niet in te zien dat voor de toepassing van het pluraliteitsvereiste, althans het bestaan van een steunvordering, het voormelde toerekeningsbeginsel zou kunnen worden losgelaten in dier voege dat elk bestuursorgaan jegens hetwelk een betalingsverplichting in de zin van titel 4.4 van de Awb bestaat tevens als zelfstandig schuldeiser – ofwel privaatrechtelijk rechtssubject met een eigen vermogen – wordt aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e8faf760d129ef10f54eb02c944d87e825cf6394fb0ebbc1b9372a716b8877b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e8faf760d129ef10f54eb02c944d87e825cf6394fb0ebbc1b9372a716b8877b, en de alinea staat in dat document op bytes 40559 tot 41496.