Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Onder 3.27. Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:696.
Subonderdeel 1.6 treft doel. Door in rov. 2.11 te oordelen dat onvoldoende is gebleken van een “specifiek en concreet belang van [verzoeker] ” heeft het hof een te strenge maatstaf aangelegd voor de vereiste betrokkenheid in de zin van art. 2:298, 2:299 en 2:21 BW (zie ook nr. 3.21). Deze maatstaf lijkt het hof ontleend te hebben aan HR 25 oktober 1991 rov. 4.2 (nr. 3.4). Het hof heeft daarmee miskend dat in de nadien in de Scheipar-beschikking en in de Stichting IHD-beschikking geformuleerde maatstaven een ruimere invulling wordt gegeven aan het belanghebbende-begrip. Voldoende voor tweede kring-belanghebbende is dat in de nauwe betrokkenheid bij het onderwerp dat in de procedure wordt behandeld een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen. Deze ruimere uitleg wordt in de literatuur breed onderkend (nr. 3.12).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e451b5e8bd6b4afe76ff944bf576369125c7553722a7bb438bf67978cb54144. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e451b5e8bd6b4afe76ff944bf576369125c7553722a7bb438bf67978cb54144, en de alinea staat in dat document op bytes 66566 tot 67452.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e451b5e8bd6b4afe76ff944bf576369125c7553722a7bb438bf67978cb54144 | shasum -a 256