Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:696.
De wet schrijft niet voor wie tot het begrip ‘belanghebbende’ gerekend kunnen worden. Het antwoord op die vraag is overgelaten aan de rechter. Behalve in het stichtingenrecht (zie naast de reeds genoemde bepalingen bijv. ook art. 2:295 BW en 2:301 BW) wordt de belanghebbende ook genoemd in het algemene rechtspersonenrecht van Titel 1 van Boek 2 BW (bijv. art. 2:15 lid 5 BW en art. 2:21 lid 4 BW), in het NV-recht (art. 2:86d lid 4 BW ), in het recht over fusie en splitsing (art. 2:323 lid 2 BW en 2:334u lid 2 BW), in het enquêterecht (bijv. art. 2:349a lid 2 BW) en in het jaarrekeningenrecht (bijv. art. 2:448 BW). Ook buiten Boek 2 BW komt het begrip belanghebbende geregeld voor, bijvoorbeeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) , in de Faillissementswet (Fw) , in de Handelsregisterwet (Hrw) (oud) en in de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e451b5e8bd6b4afe76ff944bf576369125c7553722a7bb438bf67978cb54144. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e451b5e8bd6b4afe76ff944bf576369125c7553722a7bb438bf67978cb54144, en de alinea staat in dat document op bytes 27571 tot 28778.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e451b5e8bd6b4afe76ff944bf576369125c7553722a7bb438bf67978cb54144 | shasum -a 256