Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Onder 3.9. Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:696.

Uit de vaste rechtspraak volgt voorts dat voor de vraag wie in een specifieke wetsbepaling is te rekenen tot de belanghebbende in de zin van die bepaling moet worden afgeleid uit de “aard van de procedure en de daarmee verband houdende wetsbepalingen”. In de literatuur is opgemerkt dat bepalingen in bijvoorbeeld Rv zijn gericht op het bieden van een ingang ter behartiging van eigen belangen , terwijl bij sommige bepalingen in Boek 2 BW, in het bijzonder bij de bepalingen in het stichtingenrecht, het beschermen van de belangen van de rechtspersoon (mede) van belang is of zelfs voorop staat. De aard van de wetsbepalingen – het gegeven dat de bepalingen (mede) dienen ter bescherming van de belangen van de rechtspersoon – kan meebrengen dat de kringenleer in een geval waarin het belang van de rechtspersoon aan de orde is, ruimer wordt toegepast. In deze zaak gaat het om het bestedingsbeleid van de Stichting. Het is in het belang van de Stichting dat het bestedingsbeleid overeenkomstig het statutaire doel en in overeenstemming met de wettelijke voorschriften is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e451b5e8bd6b4afe76ff944bf576369125c7553722a7bb438bf67978cb54144. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e451b5e8bd6b4afe76ff944bf576369125c7553722a7bb438bf67978cb54144, en de alinea staat in dat document op bytes 40670 tot 41933.