Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Onder 3.13. Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:696.

De feitenrechtspraak over de reikwijdte van het begrip belanghebbende is na HR 10 november 2006 ( Stichting IHD ) sterk casuïstisch van aard. In de onderhavige zaak legt het hof de Stichting IHD-criteria streng uit, nu volgens het hof onvoldoende is gebleken van een “specifiek en concreet belang van [verzoeker] ” (rov. 2.11). Hof Den Bosch is in 2008 soepeler in zijn oordeel dat de Staat als subsidiegever van een stichting “toereikend belang” heeft om als belanghebbende in de zin van art, 2:298 lid 1 BW toegelaten te worden en de rechtbank te verzoeken de bestuursleden van de stichting te ontslaan. Hof Amsterdam heeft in 2015, overigens zonder nadrukkelijk te toetsen aan de criteria uit HR 10 november 2006, curatoren als belanghebbenden in de zin van art. 2:298 lid 1 BW aangemerkt. Er zijn meer voorbeelden te noemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e451b5e8bd6b4afe76ff944bf576369125c7553722a7bb438bf67978cb54144. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e451b5e8bd6b4afe76ff944bf576369125c7553722a7bb438bf67978cb54144, en de alinea staat in dat document op bytes 47424 tot 48563.