Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2018

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:701.

Ten tweede vindt de stelling dat het hof, omdat [verzoekster] in persoon procedeerde (na enige tijd door een advocaat te zijn bijgestaan), haar ambtshalve had moeten wijzen op de mogelijkheid om een nadere mondelinge behandeling te verzoeken, geen steun in het recht. Ik stel voorop dat het hof niet was gehouden eigener beweging een nadere mondelinge behandeling te gelasten. Zoals we hiervóór zagen, volgt uit het arrest Muetstege q.q./Amsterdam dat ná de uitspraak die volgt op de mondelinge behandeling het initiatief met betrekking tot het gelasten van een eventuele nadere zitting bij partijen ligt. In dat kader wordt geen uitzondering gemaakt voor procespartijen zonder rechtskundige bijstand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfdf0be4d7cd9e1163635f515cfdf1ed44cbd99e4f77475a03f842871f5238c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfdf0be4d7cd9e1163635f515cfdf1ed44cbd99e4f77475a03f842871f5238c1, en de alinea staat in dat document op bytes 48102 tot 49031.