Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2018

Onder 2.35 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:701.

“2.6. Ter zitting van het Hof van 24 februari 2015 is aan de orde geweest een verzending aan een familielid van [verzoekster] in Rotterdam op rekening van een Zuid-Amerikaanse debiteur, zonder dat [verzoekster] daarvoor enige redelijke verklaring kon geven (proces-verbaal van 24 februari 2015[ ], p. 4 en tussenvonnis van 23 februari 2016, rov. 4.4). Opmerkelijk zijn de vele Fedex-bezorgingen aan familieleden van [verzoekster] , aangeduid in de Ernst & Young rapportage van 15 april 2015, p. 8-9 (productie 2 bij akte [verweerster] van 21 april 2015); zie ook de Fedex invoice copies in productie 5 bij inleidend verzoekschrift. De echtgenoot van [verzoekster] gaf per e-mail instructie hoe de bestelling van persoonlijke juridische studieboeken geboekt moest worden ten laste van [B] (productie 6 bij akte [verweerster] van 21 april 2015). Achterliggende stukken, de in de administratie voorkomende debiteuren betreffende, ontbreken. De vermelde debiteuren bleken onvindbaar te zijn of van niets te weten. Namen en adressen waren onvolledig. Incassopogingen via een incassobureau Credit Care Aruba wat betreft de golfverkopen leverden bijna niets op. Het Hof acht hier opzet of bewuste roekeloosheid bewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfdf0be4d7cd9e1163635f515cfdf1ed44cbd99e4f77475a03f842871f5238c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfdf0be4d7cd9e1163635f515cfdf1ed44cbd99e4f77475a03f842871f5238c1, en de alinea staat in dat document op bytes 55580 tot 56990.