Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 3.25 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:706.

Het hof heeft in zijn overwegingen tot uitgangspunt genomen dat in de hoofdzaak is geoordeeld dat [verweerster] aansprakelijk is omdat zij geen behoorlijke verzekering heeft afgesloten voor [eiser] , en dat de wél door [verweerster] afgesloten verzekering niet adequaat was (rov. 21.4 van het arrest van 9 mei 2017). Daarvan uitgaande brengt de toepassing van art. 150 Rv met zich dat [eiser] de bewijslast draagt van de schade die hij lijdt door het niet sluiten van een verzekering met een hogere dekking. Het hof overweegt in rov. 21.5 dan ook terecht dat op [eiser] de stelplicht en de bewijslast rust voor wat betreft de omvang van de schade. [eiser] moet daarom bewijzen (1) welke schade hij door het ongeval heeft geleden, en (2) welk deel daarvan door de verzekeraar zou zijn uitbetaald indien [verweerster] een behoorlijke verzekering zou hebben afgesloten. [verweerster] heeft ten aanzien van de tweede vraag aangevoerd dat die uitkering nihil zou zijn geweest, omdat verzekeringen met een hogere dekking niet beschikbaar waren. Daarmee betwist zij de stelling van [eiser] dat zijn schade door een verzekeraar zou zijn vergoed indien een behoorlijke verzekering zou zijn afgesloten. Van een bevrijdend verweer is dan ook geen sprake. In zoverre kan de tweede klacht dan ook niet slagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39d93615bdbc4c165fdcd5f4ccda5a6096b2672c2fffb7f82f6fac67de4b9d3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39d93615bdbc4c165fdcd5f4ccda5a6096b2672c2fffb7f82f6fac67de4b9d3b, en de alinea staat in dat document op bytes 69894 tot 71205.