Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 1.7 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:708.

Op 29 augustus 2017 heeft het hof arrest gewezen. Het hof is tot het oordeel gekomen dat de grieven van de vrouw falen en dat het vonnis in zoverre zal worden bekrachtigd (rov. 3.5.). Het hof heeft daartoe kort gezegd overwogen als volgt. De vrouw is vanaf de dag dat zij de achterstand in de hypotheekrente en premies levensverzekering heeft voldaan niet meer gerechtigd dwangsommen te incasseren op grond van het vonnis van 19 november 2015. De vrouw heeft voor het bedrag dat de man vanaf juni 2015 tot 23 november 2015 (de datum waarop de voorlopige voorzieningen hun kracht verloren) moest betalen maar dat niet heeft gedaan, wel regres op de man. Dat regresrecht heeft zij niet op grond van het kortgedingvonnis maar op grond van art. 6:10 BW. Aan deze regresvordering van de vrouw is geen dwangsom verbonden (rov. 3.4.). De vrouw stelt zich dus ten onrechte op het standpunt dat de man nog immer dwangsommen verbeurt en aan haar is verschuldigd (rov. 3.5.). Het hof overweegt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cad3da81552e8e63515b3b2f6c66f221b461e18c5e8415d8a72b52b70af7bc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cad3da81552e8e63515b3b2f6c66f221b461e18c5e8415d8a72b52b70af7bc4, en de alinea staat in dat document op bytes 15318 tot 16315.