Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:708.

Voor zover de vrouw in dit onderdeel het oog heeft op de verplichting van de man om (zijn aandeel in) de lasten van de echtelijke woning te voldoen en de (daarop gegronde) veroordeling van de man in het vonnis in kort geding van 19 november 2015 om - op straffe van een dwangsom - maandelijks een bedrag van € 1.084,- te voldoen op de bankrekening waarvan de kosten van de woning worden voldaan, faalt de klacht eveneens. Een dwangsom kan niet worden verbeurd vóór de betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld (art. 611a lid 3 Rv). Het hof heeft in deze zaak onbestreden overwogen dat de genoemde (betalings)verplichting is geëindigd op 23 november 2015 (rov. 3.4, eerste en laatste aandachtsstreepje) en dat het vonnis in kort geding op 2 december 2015 aan de man is betekend (rov. 3.4.2. en rov. 3.4. tweede aandachtsstreepje). Dit houdt in dat de periode waarop de genoemde (betalings)verplichting betrekking had al was geëindigd toen het vonnis in kort geding werd betekend. Het oordeel van het hof dat de vrouw zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de man nog immer dwangsommen verbeurt (rov. 3.5.), houdt dus ook stand voor zover het betrekking heeft op de veroordeling van de man om – op straffe van een dwangsom - € 1.084,- per maand voor de kosten van de woning te voldoen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cad3da81552e8e63515b3b2f6c66f221b461e18c5e8415d8a72b52b70af7bc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cad3da81552e8e63515b3b2f6c66f221b461e18c5e8415d8a72b52b70af7bc4, en de alinea staat in dat document op bytes 25147 tot 26475.