Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:708.
Bij de beoordeling van deze klachten is het volgende van belang. Op grond van art. 24 Rv onderzoekt en beslist de rechter de zaak op de grondslag van hetgeen partijen aan hun vordering, verzoek of verweer ten grondslag hebben gelegd, tenzij uit de wet anders voortvloeit. Het staat de rechter niet vrij beslissingen te baseren op rechtsgronden en verweren die zouden kunnen worden afgeleid uit in het geding gebleken feiten en omstandigheden, maar die niet aan de vordering of het verweer ten grondslag zijn gelegd. De rechter heeft een ruime marge bij de beoordeling of een bepaald feit door een partij aan (een deel van) haar eis of verweer ten grondslag is gelegd. Daarvoor is niet noodzakelijk dat een partij zich expliciet op het betreffende feit heeft beroepen. Het gaat hier om een uitleg van de processtukken en de standpunten van partijen. Die uitleg is feitelijk en kan in cassatie niet op juistheid worden getoetst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9cad3da81552e8e63515b3b2f6c66f221b461e18c5e8415d8a72b52b70af7bc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9cad3da81552e8e63515b3b2f6c66f221b461e18c5e8415d8a72b52b70af7bc4, en de alinea staat in dat document op bytes 28030 tot 29162.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9cad3da81552e8e63515b3b2f6c66f221b461e18c5e8415d8a72b52b70af7bc4 | shasum -a 256