Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2018

Onder 8.15. Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:714.

Het bovenstaande laat overigens naar mijn mening onverlet – en daar heeft steller van het middel een punt – dat gelet op de feitelijke vaststellingen van de rechtbank ook verbeurdverklaring op grond van art. 33a lid 1 sub a Sr niet uitgesloten lijkt. In zoverre is het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een beslag op grond van art. 33a lid 1 sub a Sr niet zonder meer begrijpelijk. Dit baat de steller van het middel echter niet. Het oordeel van de rechtbank dat verbeurdverklaring niet is uitgesloten op grond van art. 33a lid 1 sub b en/of c Sr is immers voldoende om vast te stellen dat het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet, zodat de rechtbank het klaagschrift hoe dan ook kon afwijzen zonder in te gaan op de door de klager opgeworpen vraag met betrekking tot art. 33a lid 1 sub a Sr. Voor zover het middel zich richt tegen het oordeel dat geen sprake is van een beslag op grond van art. 33a lid 1 sub a Sr richt het zich naar mijn mening dan ook tegen een overweging ten overvloede.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59e71c009c5b64c69fae07b142ccc1ce2f6f028a0bb147f9c026e822091b9b91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59e71c009c5b64c69fae07b142ccc1ce2f6f028a0bb147f9c026e822091b9b91, en de alinea staat in dat document op bytes 51337 tot 52376.