Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2018

Onder 6.15. Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:714.

In het verlengde van de jurisprudentie die geldt ten aanzien van een mondeling ter zitting gedaan verzoek tot teruggave van in beslag genomen goederen, hetgeen in het verleden aanleiding is geweest voor ambtshalve cassatie door de Hoge Raad , ben ik van oordeel dat de rechtbank in onderhavige zaak niet had mogen toekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het klaagschrift dat tijdens de behandeling in raadkamer is ingediend. Dit brengt mee dat de rechtbank klager zowel in zijn schriftelijk als mondeling beklag niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Het voorgaande is, mede gelet op het bredere belang dat door de voorschriften die gelden voor de indiening van klaagschriften ex art. 552a Sv wordt gediend, voor mij aanleiding om te adviseren tot ambtshalve cassatie. Ik ben mij ervan bewust dat de Hoge Raad ambtshalve cassatie bijzonder spaarzaam toepast maar het gaat hier niet om een situatie waarin een klager om hem moverende redenen af ziet van het indienen van een middel (in casu heeft de klager daar helemaal geen belang bij) maar om het vasthouden aan voorschriften die in het belang van de goede procesorde niet zomaar opzij kunnen worden gezet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59e71c009c5b64c69fae07b142ccc1ce2f6f028a0bb147f9c026e822091b9b91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59e71c009c5b64c69fae07b142ccc1ce2f6f028a0bb147f9c026e822091b9b91, en de alinea staat in dat document op bytes 27432 tot 28737.