Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2018

Onder 8.11. Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:714.

Dit sluit ook aan bij de mededeling van de officier van justitie dat het oorspronkelijk de bedoeling was dat het beslag zowel op art. 94 Sv als op art. 94a Sv zou worden gegrond, maar dat hier van is afgezien gelet op het faillissement van [A] . Ook het inroepen van de strafvorderlijke Pauliana als bedoeld in art. 94d Sv jegens [betrokkene 2] op 2 juni 2016, kennelijk ter voorbereiding van het ook nog te leggen art. 94a Sv-beslag, maakt nog niet dat daarom geen sprake was van een art. 94 Sv-beslag. Bovendien blijkt uit het dossier dat de inbeslagneming volgde in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek tegen [betrokkene 1] , de bestuurder van [A] . Een strafrechtelijk financieel onderzoek is volgens art. 126 lid 2 Sv gericht op de bepaling van het door de verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel, met het oog op de ontneming daarvan op grond van art. 36e Sr. In dat verband zijn ingevolge art. 94 lid 1 Sv alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen voor inbeslagneming vatbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59e71c009c5b64c69fae07b142ccc1ce2f6f028a0bb147f9c026e822091b9b91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59e71c009c5b64c69fae07b142ccc1ce2f6f028a0bb147f9c026e822091b9b91, en de alinea staat in dat document op bytes 47520 tot 48622.