Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Onder 3.12. Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:742.
De rov. 4.1.7 en 4.1.8 van de in cassatie bestreden beschikking vormen voorlopig het sluitstuk van de opvatting van het Hof over de toepassing van het Curaçaose enquêterecht op anterieure feiten. De hierboven weergegeven overwegingen tonen het zaakoverstijgend belang van de in cassatie voorliggende rechtsvraag. Het antwoord op de vraag in hoeverre het Curaçaose enquêterecht “onmiddellijke werking” heeft, is bovendien van belang voor het nieuwe enquêterecht in Sint Maarten en (mogelijk) toekomstig enquêterecht in Aruba, op de BES-eilanden en in Suriname.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448, en de alinea staat in dat document op bytes 99594 tot 100304.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448 | shasum -a 256