Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Onder 3.13. Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:742.
In het cassatieverzoekschrift wordt geopperd dat die bepaling mogelijk (mede) verband hield met het door Grosheide gememoreerde feit dat in de jaren daarvoor “[t]egen de opneming van dit product van vreemden bodem [het enquêterecht, A-G] vrij veel verzet [is] gerezen”. Anders dan kennelijk indertijd bij de invoering van het enquêterecht in Nederland, lijkt er op Curaçao geen verzet te zijn geweest bij de invoering van het enquêterecht als onderdeel van de herziening van Boek 2 BWC. Uit de literatuur blijkt dat dat de wens tot invoering van een algemene enquêterechtelijke regeling op Curaçao voortkomt uit de advocatuur. Tegen deze achtergrond kan begrepen worden dat, anders dan bij de invoering van het enquêterecht in Nederland in vroeger tijden, bij de recente invoering van het Curaçaose enquêterecht is gekozen voor de algemene regel van onmiddellijke werking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448, en de alinea staat in dat document op bytes 101324 tot 102542.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448 | shasum -a 256