Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Onder 3.23. Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:742.

Het Hof wijst ten slotte nog op de overgangsregeling bij de invoering van de ‘mini-enquête’ in artikel 2:54 e.v. BW(-NA), de voorloper van het enquêterecht die uitsluitend voor de stichting gold. Ook voor artikel 2:54 BW werd volgens het Hof de algemene regeling van “onmiddellijke werking” door de wetgever destijds voldoende geacht. Uit deze verwijzing naar de voordien geldende overgangsregeling bij de mini-enquête blijkt mijns inziens dat geen sprake is van een diepe breuk, maar wordt een lijn die was ingezet door de wetgever voortgezet of doorgetrokken (zie hiervoor nr. 3.2 over voorlopers van de enquêteregeling onder oud recht). Onder die omstandigheden leent het beginsel van onmiddellijke werking zich in het bijzonder voor toepassing (zie ook nr. 3.5 hiervoor).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448, en de alinea staat in dat document op bytes 110134 tot 110935.