Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Onder 3.28. Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:742.

Ik stel voorop dat als regelingen concordant bedoeld zijn, zij concordant moeten worden uitgelegd. Het concordantiebeginsel is een belangrijk uitgangspunt van wetgeving en rechtspraak. Zowel in de jurisprudentie als in de literatuur wordt onderschreven dat het Curaçaose enquêterecht in beginsel concordant met het Nederlandse enquêterecht moet worden uitgelegd. Het concordantiebeginsel volgt uit artikel 39 lid 1 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden op grond waarvan onder meer het burgerlijk recht en het handelsrecht in Nederland en Curaçao (en Aruba en Sint Maarten) zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze worden geregeld. Het concordantiebeginsel is echter geen absoluut beginsel. In nr. 3.4 van mijn conclusie voor HR 11 november 2016 maakte ik reeds de nuancering dat mede gelet op het concordantiebeginsel min of meer gelijkluidende wetgeving in beginsel hetzelfde wordt uitgelegd, “ daar waar niet blijkt dat uitdrukkelijk van de Nederlandse regeling is afgeweken ”. Dergelijke nuanceringen kom ik ook in de literatuur tegen. Het verband tussen concordantie en totstandkomingsgeschiedenis is het volgende. Of een regeling concordant is bedoeld kan blijken uit de inhoud van de desbetreffende regeling en uit de totstandkomingsgeschiedenis ervan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448, en de alinea staat in dat document op bytes 120004 tot 121557.