Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Onder 3.39. Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:742.
Het onderdeel treft geen doel. De onder (i)-(vi) van het subonderdeel genoemde standpunten getuigen op zichzelf genomen niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het Hof heeft deze omstandigheden echter niet miskend door te overwegen dat de enquêterechtelijke variant van het in het strafrecht bekende legaliteitsbeginsel slechts in de weg staat aan het treffen van definitieve voorzieningen ex art. 2:282 lid 3 jo. 2:283 BWC op basis van uitsluitend anterieure feiten. Het legaliteitsbeginsel is – anders dan in het strafrecht – in de context van het enquêterecht een buigzaam beginsel. Anders gezegd is de “constitutionele lading” van het legaliteitsbeginsel in het enquêterecht – als onderdeel van het vennootschapsrecht – kleiner dan in het strafrecht. Van den Heuvel en Van Hees drukken het verschil in hun JOR-noot bij de bestreden beschikking als volgt uit:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448, en de alinea staat in dat document op bytes 136765 tot 137719.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4c95a2f6fbd55abd14010cff2998cfcd3db9f9e7d440af0e802fdd308c23448 | shasum -a 256