Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018
Onder 3.4.4 (…) Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:749.
De (…) vrijheid om als uitgangspunt groot gewicht toe te kennen aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de omstreden woorden van de overeenkomst, stelt de rechter in staat om, vooralsnog zonder een inhoudelijke beoordeling van de stellingen van partijen, te komen tot een voorshands gegeven oordeel aangaande de uitleg van de overeenkomst. Vervolgens zal de rechter evenwel dienen te beoordelen of de partij die een andere uitleg van de overeenkomst verdedigt, voldoende heeft gesteld om tot bewijs dan wel tegenbewijs te worden toegelaten. Indien dit laatste het geval is, is de rechter gehouden deze partij in de gelegenheid te stellen dit (tegen)bewijs te leveren (vgl. HR 19 januari 2007, LJN AZ3178, NJ 2007/575, en HR 29 juni 2007, LJN BA4909, NJ 2007/576).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0454d7e301a34eb93176dc8684f7ad527636ea2f0dba043f200a885e3303f3f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0454d7e301a34eb93176dc8684f7ad527636ea2f0dba043f200a885e3303f3f2, en de alinea staat in dat document op bytes 58757 tot 59556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0454d7e301a34eb93176dc8684f7ad527636ea2f0dba043f200a885e3303f3f2 | shasum -a 256