Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018
Onder 3.13. Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:749.
Het staat de feitenrechter vrij – hij kan – in beginsel een groot gewicht doen toekomen aan de taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen in een overeenkomst. Hij hoeft dat echter niet te doen en kan dus ook bij de uitleg van een commerciële overeenkomst kiezen voor toepassing van de reguliere Haviltex-maatstaf. Als de feitenrechter ervoor kiest om op basis van de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de omstreden woorden te komen tot een voorshands gegeven oordeel over de uitleg van de overeenkomst, gelden wel enkele beperkingen. De feitenrechter zal zich bij zijn uiteindelijke uitlegoordeel niet kunnen beperken tot een taalkundige uitleg van de gekozen bewoordingen, maar moet zich er rekenschap van geven dat de overige omstandigheden van het geval steeds kunnen meebrengen dat een andere (dan de taalkundige) betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moet worden gehecht. Daarnaast dient de feitenrechter te beoordelen of de partij die een andere uitleg van de overeenkomst verdedigt, voldoende heeft gesteld om tot bewijs dan wel tegenbewijs te worden toegelaten. Als dat het geval is, is de feitenrechter gehouden deze partij in de gelegenheid te stellen dit (tegen)bewijs te leveren. Het zal duidelijk zijn dat het aan de feitenrechter is om vast te stellen wat vooralsnog de meest voor de hand liggende betekenis van de gekozen bewoordingen in de (commerciële) overeenkomst is. Mijns inziens volgt hieruit dat de feitenrechter zich ook bij zijn voorshandse uitlegoordeel niet hoeft te beperken tot een zuiver taalkundige uitleg van de gekozen bewoordingen in de overeenkomst. Dat voorshandse uitlegoordeel kan ook reeds (mede) gekleurd worden door de (overige) omstandigheden van het geval. In die zin meen ik dat ook bij het voorshandse uitlegoordeel sprake kan zijn van een glijdende schaal – ofwel een vloeiende overgang – van een louter taalkundige uitleg naar de (subjectieve) partijbedoeling. Ik laat rusten in hoeverre hier sprake is van “normatieve” uitleg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0454d7e301a34eb93176dc8684f7ad527636ea2f0dba043f200a885e3303f3f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0454d7e301a34eb93176dc8684f7ad527636ea2f0dba043f200a885e3303f3f2, en de alinea staat in dat document op bytes 64163 tot 66700.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0454d7e301a34eb93176dc8684f7ad527636ea2f0dba043f200a885e3303f3f2 | shasum -a 256