Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Onder 3.14. Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:749.

In de onderhavige zaak gaat het bij de uitleg van de koopovereenkomst tussen [eiseres] en Euretco om een dergelijke commerciële overeenkomst, gesloten tussen professionele partijen die bij de totstandkoming werden bijgestaan door (juridische) adviseurs. Het hof leidt hieruit in rov. 3.9.1 in het licht van deze arresten – het hof noemt “onder meer HR 29 juni 2007 en HR 5 april 2013” – af dat groot gewicht toekomt aan de (meest voor hand liggende taalkundige betekenis van de) gekozen bewoordingen. Het hof overweegt in rov. 3.9.1 voorts dat concrete omstandigheden van de zaak kunnen meebrengen dat een andere (dan de taalkundige) betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moet worden gehecht. De in rov. 3.9.1 door het hof aangelegde maatstaf getuigt mijns inziens gelet op de aangehaalde arresten niet van een onjuiste rechtsopvatting en wordt in cassatie ook niet bestreden. Haviltex (zie nr. 3.3) blijft terecht de maatstaf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0454d7e301a34eb93176dc8684f7ad527636ea2f0dba043f200a885e3303f3f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0454d7e301a34eb93176dc8684f7ad527636ea2f0dba043f200a885e3303f3f2, en de alinea staat in dat document op bytes 66801 tot 67761.