Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Onder 3.46. Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:749.

De vraag die vervolgens voorligt, is hoe dergelijke cessies ter incasso in hoger beroep gekwalificeerd moeten worden. Uitgangspunt is dat in hoger beroep slechts door de partijen die ook in eerste aanleg partij waren, geprocedeerd kan worden. Ik stel vast dat bij een cessie ter incasso in de hiervoor bedoelde zin de formele procespartij niet is gewijzigd; dat blijft [eiseres] . Aan het uitgangspunt dat naar vaste rechtspraak de bevoegdheid tot het instellen van een rechtsmiddel in beginsel slechts toekomt aan degene die in de vorige instantie als procespartij is opgetreden wordt derhalve met de cessie ter incasso geen afbreuk gedaan. Het hof heeft mijns inziens in rov. 3.13 dan ook terecht en niet onbegrijpelijk overwogen dat zich niet de situatie voordoet – die niet mogelijk zou zijn – dat [eiseres] de positie in zou nemen van onmiddellijk vertegenwoordiger op grond van volmacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0454d7e301a34eb93176dc8684f7ad527636ea2f0dba043f200a885e3303f3f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0454d7e301a34eb93176dc8684f7ad527636ea2f0dba043f200a885e3303f3f2, en de alinea staat in dat document op bytes 103118 tot 104093.