Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:751.

Het hof heeft derhalve in cassatie niet bestreden overwogen dat de te beantwoorden vraag is of geoordeeld moet worden dat, zoals Feniks aan zijn vorderingen ten grondslag legt, [verweerder] bij het sluiten van de overeenkomst op 23 juli 2005 als bestuurder van New Tulip had moeten begrijpen dat New Tulip niet aan haar verplichtingen jegens Feniks zou kunnen voldoen (en dan geen verhaal zou bieden voor de door Feniks geleden schade). De aansluiting van het hof bij de conclusie van de deskundige dat de verwachtingen dat New Tulip een succesvolle onderneming zou worden niet onrealistisch waren (slot rov. 2.8) is mitsdien, anders dan in par. 1 wordt gesteld, noch onjuist noch onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd. Voor zover de klacht van het subonderdeel in par. 2 al aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv voldoet nu niet met voldoende bepaaldheid en precisie wordt uiteengezet waarom het hof een onjuist, onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd oordeel heeft gegeven, stuit deze eveneens af op het oordeel van het hof in rov. 2.4 dat het in deze zaak gaat om de beoordeling of [verweerder] onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs als weldenkend bestuurder had moeten inzien dat het niet van betaling van de vordering van Feniks zou komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb1c0ad4200d4421916ee6fe0d86179901503cbcedba07f6b226c91c4a7e78c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb1c0ad4200d4421916ee6fe0d86179901503cbcedba07f6b226c91c4a7e78c3, en de alinea staat in dat document op bytes 43766 tot 45032.