Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018
Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:751.
Uit de op art. 212 Rv (oud) betrekking hebbende rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat in cassatie niet kon worden geklaagd over het niet vermelden door het hof in het eindarrest van de afwijking van de regel van het eerste lid. Dat voorschrift gold volgens de Hoge Raad namelijk niet op straffe van nietigheid, nu een andere opvatting niet zou stroken met het voorschrift dat de noodzakelijkheid van de afwijking uitsluitend wordt beoordeeld door het college dat haar toepast, zonder dat daartegen enige voorziening openstaat . Volgens Asser kon worden aangenomen dat deze rechtspraak ook was blijven gelden voor art. 155 Rv . Hij noemt de eerste zin van lid 2 van art. 155 Rv daarom een tandeloos voorschrift . Naar aanleiding van het arrest van 2014 heeft Asser evenwel ook in zijn noot opgemerkt dat de reikwijdte van het arrest zo ruim is dat het wel moeilijk wordt om nog langer toepassing te geven aan art. 155 lid 2 Rv en de daarop gevormde jurisprudentie die elk rechtsmiddel, ook cassatieklachten over het schenden van de eerste zinsnede van het tweede lid van art. 155 Rv, uitsloot. Volgens Asser is de consequentie van het arrest van 2014 dat schending van de regels die de Hoge Raad daarin heeft gegeven, leidt tot doorbreking van het rechtsmiddelenverbod van art. 155 lid 2 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb1c0ad4200d4421916ee6fe0d86179901503cbcedba07f6b226c91c4a7e78c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb1c0ad4200d4421916ee6fe0d86179901503cbcedba07f6b226c91c4a7e78c3, en de alinea staat in dat document op bytes 29306 tot 30801.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb1c0ad4200d4421916ee6fe0d86179901503cbcedba07f6b226c91c4a7e78c3 | shasum -a 256