Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018
Onder 4.23 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:752.
Op zichzelf is het juist dat er situaties zijn waarin niet rechtstreeks voor de werkgever arbeid wordt verricht maar toch sprake is van een arbeidsovereenkomst. Een voorbeeld is de werkgever die zijn werknemer opdraagt werkzaamheden te verrichten ten behoeve van een andere (rechts)persoon binnen de groep. Een ander voorbeeld is de situatie van uitzendkrachten en gedetacheerde werknemers. Dit betekent evenwel niet dat het onderdeel tot cassatie kan leiden. Uit het bestreden oordeel van het hof blijkt namelijk niet van de rechtsopvatting dat enkel sprake kan zijn van een arbeidsovereenkomst als de arbeid wordt verricht (direct) ten behoeve van de werkgever. Voorts kenmerkt deze zaak zich door de bijzonderheid dat [eiser] gemachtigd om namens BZSI de aandelenoverdracht te regelen. Die situatie kan m.i. niet over één kam worden geschoren met die van stagiaires of andere professionals in opleiding en evenmin met de situatie waarbij binnen een groep een werknemer van de B.V. A werkzaamheden opgedragen krijgt ten behoeve van de B.V. B.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c38794ba887e56dd06793816e01f43bc858fd9bf72e9814071f1b3e72da48568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c38794ba887e56dd06793816e01f43bc858fd9bf72e9814071f1b3e72da48568, en de alinea staat in dat document op bytes 51658 tot 52944.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c38794ba887e56dd06793816e01f43bc858fd9bf72e9814071f1b3e72da48568 | shasum -a 256