Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:752.

Onderdeel 1 klaagt over het oordeel van het hof dat de door [eiser] uitgevoerde werkzaamheden “volledig voor rekening kwamen (zouden komen) van [eiser] zelf of BZSI” (rov. 3.10.2, 1e alinea). Dit oordeel is volgens het onderdeel onvoldoende gemotiveerd, gelet op de stelling van [eiser] dat hij geen partij was bij de aanvullende overeenkomst en hij derhalve niet was gebonden aan art. 3 van die overeenkomst, waarin is bepaald dat de loonkosten van [eiser] geheel door [eiser] zelf of door BZSI dienen te worden gedragen. Zonder nadere motivering valt niet in te zien dat de door [eiser] verrichte werkzaamheden niet alleen voor rekening van BZSI, maar ook voor rekening voor [eiser] zelf zouden komen, aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c38794ba887e56dd06793816e01f43bc858fd9bf72e9814071f1b3e72da48568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c38794ba887e56dd06793816e01f43bc858fd9bf72e9814071f1b3e72da48568, en de alinea staat in dat document op bytes 35536 tot 36421.