Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:752.

Gelet op deze samenhang tussen de aanvullende overeenkomst en de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst kan, anders dan [eiser] ingang wil doen vinden, geen beslissende betekenis worden toegekend aan het feit dat [eiser] en FRE formeel geen partij waren bij de aanvullende overeenkomst. Daarom heeft het hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door zijn bestreden oordeel mede te baseren op de inhoud van de aanvullende overeenkomst. Voor het overige kan het oordeel van het hof in cassatie niet op juistheid worden getoetst, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c38794ba887e56dd06793816e01f43bc858fd9bf72e9814071f1b3e72da48568. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c38794ba887e56dd06793816e01f43bc858fd9bf72e9814071f1b3e72da48568, en de alinea staat in dat document op bytes 44894 tot 45577.