Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:754.

Het door eiser in zijn e-mails van 2 en 23 mei 2018 naar voren gebrachte argument dat hem door dit vormvoorschrift de toegang tot de cassatierechter wordt ontnomen, leidt niet tot een ander oordeel. Omdat dit argument vaker naar voren wordt gebracht in zaken waarin een cassatieberoep niet op de juiste wijze is ingesteld, volgt hierna een samenvatting van de rechtspraak over dit onderwerp. Volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is het door art. 6 EVRM beschermde recht op toegang tot de rechter niet absoluut . Bij de regulering van dit recht komt aan de bij het EVRM aangesloten staten een beoordelingsvrijheid toe. Beperkingen van het recht op toegang tot de rechter zijn toelaatbaar mits zij het recht niet in de kern aantasten, een legitiem doel dienen en niet onevenredig zijn in verhouding tot dat doel . In het bijzonder voor procedures in hoger beroep en in cassatie acht het EHRM strenge(re) ontvankelijkheidseisen en formaliteiten gerechtvaardigd om de kwaliteit van de beroepsprocedure te waarborgen en overbelasting van deze gerechten te voorkomen .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03501442a691798f6a58348d8c61eaf1597fd61fa4e30bed3ca8a5be13f9f9b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03501442a691798f6a58348d8c61eaf1597fd61fa4e30bed3ca8a5be13f9f9b9, en de alinea staat in dat document op bytes 8593 tot 9903.