Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:754.

Het Nederlandse stelsel van verplichte procesvertegenwoordiging en gefinancierde rechtsbijstand in cassatie is in lijn met de zojuist besproken EHRM-rechtspraak . Art. 407 lid 3 en 426a lid 1 Rv schrijven voor dat cassatieberoep wordt ingesteld door tussenkomst van een cassatieadvocaat (een advocaat bij de Hoge Raad in de zin van art. 9j Advocatenwet). Volgens de Hoge Raad is dit vereiste niet in strijd met art. 6 EVRM . De omstandigheid dat de rechtzoekende niet erin is geslaagd een cassatieadvocaat bereid te vinden om cassatieberoep voor hem in te stellen, rechtvaardigt volgens de Hoge Raad geen uitzondering op het vereiste van verplichte procesvertegenwoordiging in cassatie .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03501442a691798f6a58348d8c61eaf1597fd61fa4e30bed3ca8a5be13f9f9b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03501442a691798f6a58348d8c61eaf1597fd61fa4e30bed3ca8a5be13f9f9b9, en de alinea staat in dat document op bytes 14172 tot 15061.