Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018
Onder 3.24. Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:755.
Subonderdeel 2.3 klaagt dat bij het slagen van de subonderdelen 2.1 en 2.2 ook het oordeel van de rechtbank in rov. 2.6 niet in stand kan blijven. Het subonderdeel richt zich in het bijzonder tegen: (i) de reden die de rechtbank noemt waarom LM zich niet op de voet van art. 69 Fw tot de rechter-commissaris zou kunnen wenden, namelijk dat de bezwaren van LM zich niet op een onderhandse verkoop als zodanig, maar op een verkoop aan [A] richten; (ii) het oordeel van de rechtbank dat de rechter-commissaris “welwillend de bezwaren van LM heeft beoordeeld” hetgeen niet mee zou brengen dat op de door de R-C genomen beslissing in hoger beroep rechterlijke controle zou kunnen worden uitgelokt; en (iii) dat dit met zich brengt dat LM in haar beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e, en de alinea staat in dat document op bytes 59435 tot 60291.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e | shasum -a 256