Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 3.29. Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:755.

Uit rov. 2.5, in samenhang gelezen met rov. 2.6, in welke laatste rechtsoverweging de rechtbank onder meer opmerkt dat “LM zich niet op de voet van art. 69 Fw tot de rechter-commissaris [kon] wenden” en dat “de rechter-commissaris welwillend de bezwaren inhoudelijk van LM heeft beoordeeld” maak ik op dat de rechtbank van oordeel is dat LM niet bevoegd was een beschikking te vragen en op die grond niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar hoger beroep. Mijns inziens getuigt dat oordeel van een onjuiste rechtsopvatting. De beschikking van de rechter-commissaris is te beschouwen als een beslissing ex art. 69 Fw, zoals de rechter-commissaris zelf ook in zijn beschikking vermeldt (vgl. nr. 3.17 hiervoor). LM is als verzoekster ex art. 69 Fw partij bij die beschikking en dient mijns inziens op die grond, als degene die de beschikking heeft gevraagd (vgl. rov. 3.2 van HR 10 mei 1985, zoals weergeven in nr. 3.26) ontvankelijk te worden verklaard in haar hoger beroep. De klacht van subonderdeel 2.1 treft doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e, en de alinea staat in dat document op bytes 64829 tot 65868.