Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 3.11. Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:755.

Van Galen onderbouwt dit standpunt met verwijzing naar art. 67 lid 1 jo. art. 176 lid 1 jo. art. 101 Fw. Mijns inziens wordt de soep niet zo heet gegeten, als deze door Van Galen wordt opgediend, juist vanwege de mogelijkheid die art. 69 Fw biedt om in hoger beroep te komen. Ik meen dat het aanwenden van het rechtsmiddel van art. 69 Fw, inclusief de mogelijkheid van hoger beroep, bij bezwaren van schuldeisers tegen de verkoop zelf (zie nr. 3.7) in overeenstemming is met de bedoeling van de wetgever. Ik maak nog een paar opmerkingen over de doorstart. De doorstart is in feite buitenwettelijk. Naar de letter van de wet is de curator op grond van art. 101 lid 1 Fw uitsluitend bevoegd goederen te vervreemden “indien en voorzover de vervreemding noodzakelijk is ter bestrijding der kosten van het faillissement, of de goederen niet dan met nadeel voor de boedel bewaard kunnen blijven”. Uit de memorie van toelichting op art. 101 Fw blijkt de ratio voor het in beginsel (nog) niet mogen vervreemden van goederen door de curator:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e, en de alinea staat in dat document op bytes 30697 tot 31748.