Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 3.14. Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:755.

Nu nuanceert de Hoge Raad deze opvatting steeds aldus dat de genoemde artikelen slechts ‘in beginsel’ de door de Hoge Raad aangegeven reikwijdte hebben. In HR 10 mei 1985 (Smit/Van der Sijs q.q.), NJ 1985, 792 m.nt. G laat de Hoge Raad bovendien een uitzondering op dat beginsel toe, door de failliet in dat geval op de voet van art. 69 Fw ontvankelijk te achten in een verzoek aan de R-C om een bevel aan de curator tot uitbetaling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen aan de failliet. De Hoge Raad overweegt hiertoe dat een dergelijke kwestie een snelle, eenvoudige en voor de failliet goedkope oplossing vraagt. Ons geval zou men ook als een uitzondering op de regel kunnen zien. Snelheid en eenvoud zijn bij de oplossing van een probleem als het onderhavige – wie verkoopt en hoe? – van doorslaggevend belang. Nu zou men toch kunnen tegenwerpen dat ook een kort geding het Land had kunnen redden (…), maar het is van belang dat een probleem als dit in eerste instantie wordt beoordeeld door degene die bij uitstek de problematiek van het boedelbeheer overziet, ergo de R-C die op het faillissement ‘zit’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e, en de alinea staat in dat document op bytes 40627 tot 41799.