Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Onder 3.14. Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2018, ECLI:NL:PHR:2018:755.

Interessant is voorts nog dat de Hoge Raad – uitgaande van de ontvankelijkheid van de hypotheekhouder met een (toekomstige) vordering als de onderhavige in een verzoek ex art. 65 FbNA (art. 69 Fw) – duidelijk aangeeft dat de R-C bij de behandeling niet slechts het boedelbelang maar ook het belang van een ‘in een dergelijke bijzondere positie verkerende schuldeiser’ moet wegen. In het algemeen zal ongetwijfeld het boedelbelang doorslaggevend blijven, dit tevens in een situatie als deze waarbij het belang van een in zijn rechtsuitoefening belemmerde schuldeiser van de failliet erom vraagt, mede gewogen te worden (zie ook F.M.J. Verstijlen, Adv.bl. 1994, p. 858).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 47e85cd46d22aa1e20f08800e202b9538d1f73862deaefe30d9bdf13bb462c2e, en de alinea staat in dat document op bytes 42567 tot 43320.